Inloggen ITSME

Gebruikersnaam:

Wachtwoord:

Onze Blik op Inkoop en Aanbestedingsrecht

Impressie ITS » ITSVIEW » Wachtkamerclausule en/of Reservebankconstructie

Wachtkamerclausule en/of Reservebankconstructie



De Wachtkamerclausule en/of Reservebankconstructie

Het wachten waard ?




Regelmatig worden wij (ITS) geconfronteerd met opdrachtgevers die zich afvragen of een eenmaal aanbestede en gesloten overeenkomst met een opdrachtnemer na onvoorziene en tussentijdse beëindiging opnieuw aanbesteed moet worden.

Voor de behandeling van een dergelijke vraag verwijs ik u graag mede naar een recent verschenen publicatie in de Tender Nieuwsbrief van juni 2011 met de titel “Overgang naar volgende inschrijver in rang”.
In deze publicatie kwam de auteur tot de conclusie dat er door recente jurisprudentie een beperkte ruimte is ontstaan om een reeds afgeronde (Europese) aanbestedingsprocedure in voormeld geval te heropenen. Aangezien er toch enige risico’s kunnen kleven aan de vraag tot hoever deze ruimte door de aanbesteder benut kan worden, verdient het volgens de auteur aanbeveling om deze ruimte vooraf te beschrijven in de aanbestedingsvoorwaarden van een aanbestedingsprocedure.

Maar op welke wijze kan een dergelijke beschrijving nu worden vormgegeven?

Dat dit vraagstuk op dit moment een hot item is blijkt uit de diverse (digitale) discussies waarbij de meest exotische benamingen worden gehanteerd.
Wachtkamer-, reservebank-, waakvlam- en zelfs de term watervalovereenkomst zien we voorbij komen.
Allemaal verschillende namen voor min of meer eenzelfde constructie, althans ingegeven door grosso modo eenzelfde gedachte. Een gedachte gestoeld op de (bij de aanbesteder) heersende wens om te voorzien in de leemte die ontstaat voor het geval een overeenkomst met een opdrachtnemer door onvoorziene omstandigheden tussentijds wordt beëindigd.

Aangezien een aanbesteder in een dergelijk geval veelal met een onafgemaakt project blijft zitten is een snelle oplossing noodzakelijk.
De mogelijkheid om de opdracht via een Europese aanbesteding opnieuw in de markt te zetten vormt daarbij (vanwege tijd en kosten) vaak een onwenselijk alternatief.

Zoveel benamingen, zoveel verschillende wegen die naar Rome leiden, waarbij ook dikwijls de (juridisch) gevaarlijke routes door aanbesteders niet worden geschuwd. Daar de te nemen route grotendeels zal worden bepaald door het voorwerp en aard van de aan te besteden opdracht, worden voor het gemak hieronder een tweetal situaties als voorbeeld uiteengezet.

Raamovereenkomst met één partij

In geval een raamovereenkomst met één uitvoerende opdrachtnemer wordt gesloten, zal een eventuele leemte
bij het ‘wegvallen’ van deze opdrachtnemer kunnen worden ingevuld door een reserve-opdrachtnemer, die bij de aanbesteding naast de uitvoerende opdrachtnemer is geselecteerd en gecontracteerd.
Deze constructie biedt de mogelijkheid voor de aanbesteder om na beëindiging van de raamovereenkomst direct het resterende gedeelte van de opdracht in uitvoering te geven aan deze (opvolgende) reserveopdrachtnemer.
Zodoende kan worden voorkomen dat werkzaamheden “langdurig” stilliggen.

Om te vermijden dat de reserve-opdrachtnemer de uitvoerende opdrachtnemer voor de voeten loopt, is van belang dat de reserve-opdrachtnemer niet eerder het afnamerecht kan claimen dan wanneer de raamovereenkomst met de uitvoerende opdrachtnemer is beëindigd. De reserve-opdrachtnemer zit als het ware in een fictieve wachtkamer.

Bijkomend gevolg van een dergelijke constructie kan zijn dat een reserve-opdrachtnemer, zich realiserend dat hij voor de uitvoering van de opdracht op het vinkentouw zit, een controlerende functie gaat aannemen. Een dergelijke houding/indruk kan de uitvoerende opdrachtnemer aansporen om zijn werkzaamheden niet te doen versloffen, wat de kwaliteit en snelheid van de uitvoering ten goede zal komen.

Raamovereenkomst met drie partijen met minicompetitie

In geval een raamovereenkomst met drie partijen (deelnemers) wordt gesloten, op basis waarvan nadere offertes kunnen worden uitgevraagd (ook wel: minicompetitie), zal bovenstaande constructie ook uitstekend kunnen worden ingezet bij nadere opdrachten die onder de raamovereenkomst worden geplaatst.

Daarnaast is het voor een aanbesteder natuurlijk zaak om een zo goed mogelijke mededinging binnen de door hem uitgeschreven minicompetities te behouden. Met het wegvallen van één of meerdere deelnemers uit de raamovereenkomst en minicompetitie, zal de mededinging onwenselijk beperkt kunnen worden. Ook hierbij is het mogelijk om een dergelijke constructie in te zetten. Een dergelijke constructie op raamovereenkomstniveau kan ertoe bijdragen dat binnen de minicompetitie voldoende mededinging zal plaatsvinden.

De wachtkamerconstructie kan dus zowel voor de raamovereenkomst als de daaronder geplaatste nadere overeenkomsten een prima tool zijn ter invulling van eventuele leemten ten gevolge van onvoorziene tussentijdse beëindiging van een overeenkomst.
Eenzelfde constructie kan overigens ook worden ingezet bij ‘reguliere’ overeenkomsten.

Daarnaast kan een dergelijke constructie voor een uitvoerende opdrachtnemer als pressieverhogend/controlerend middel worden ervaren, wat de kwaliteit en snelheid van zijn werkzaamheden ten goede kan komen.

Om problemen en discussies met opdrachtnemers achteraf te voorkomen dienen dergelijke constructies vooraf helder en volledig in de aanbestedingsvoorwaarden te worden geformuleerd.

Print Friendly and PDF