Print   

Wmo in kort geding

Met ingang van 1 januari 2007 is de Wmo van kracht. Vele gemeenten hebben in de loop van dit jaar een (Europese) aanbesteding gestart om te zorgen dat (raam)contracten werden afgesloten, opdat per 1 januari 2007 thuiszorginstellingen de vereiste zorg kunnen leveren.

Inmiddels zijn door afgewezen thuiszorginstellingen vele rechtszaken aangespannen in het kader van de gevolgde aanbestedingsprocedures. De thuiszorgmarkt is in de ban van de nieuwe taak van de gemeente. Om u een indicatie te geven van de aanbestedingsproblematiek, worden hieronder kort vijf uitspraken aangehaald die betrekking hebben op de gevoerde aanbestedingsprocedure voor ‘Hulp bij Huishouden’ bij diverse gemeenten.

Woonzorgcentrum IJsselheem (WCZ) / Gemeente Zwartewaterland
Uitspraak voorzieningenrechter rechtbank Zwolle van 13 november 2006.
Aanbestedingsrechtelijke kenmerken: transparantie; selectiecriteria; heraanbesteding.

WZC heeft meegedaan met de aanbestedingprocedure inzake Hulp bij het Huishouden voor de gemeente Zwartewaterland. Zij heeft als afgewezen partij de gemeente Zwartewaterland gedagvaard in kort geding. Voor WZC was het namelijk onduidelijk welk niveau van het personeels zij bij haar inschrijving moest opgeven, het opleidingsniveau of het werkniveau. De aanbestedingsprocedure was volgens haar niet voldoende transparant. De voorzieningenrechter deelt de mening van WZC op dit punt. Daarbij is volgens de rechter ook van belang dat de onduidelijkheid (daadwerkelijk) heeft geleid tot wezenlijke interpretatieverschillen. WZC kan zich ook niet verenigen met de weigering van de gemeente alsnog de overgelegde klanttevredenheidsverklaring te accepteren. WZC kon bij haar inschrijving niet de klanttevredenheidsverklaring van Achmea overleggen omdat Achmea het beleid voerde dit soort verklaringen niet af te geven. Echter andere inschrijvers hadden deze verklaring van Achmea wel ontvangen en bijgevoegd. Na de sluiting van de aanbesteding heeft WZC alsnog de klanttevredenheidsverklaring overgelegd, doch de gemeente heeft geweigerd deze te accepteren. De rechter heeft in deze zaak geoordeeld dat het ontbreken van de verklaring, gelet op de omstandigheden van het geval, niet voor risico van WZC moet komen. De verklaring had dus alsnog door de gemeente moeten worden geaccepteerd. De voorzieningenrechter heeft besloten dat de gemeente de aanbestedingsprocedure moet staken en voorzover de gemeente de opdracht nog wenst uit te besteden een nieuwe aanbesteding moet initiëren.

Riethorst / Gemeente Tilburg + SBO / Gemeente Tilburg
Uitspraak voorzieningenrechter rechtbank Breda van 17 november 2006
Aanbestedingsrechtelijke kenmerken: ervaringseis; ongeldige inschrijvingen.

In deze rechtszaak was de vraag aan de orde of de inschrijvingen van Riethorst en SBO terecht ongeldig zijn verklaard en daarmee terecht buiten de aanbestedingsprocedure zijn gelaten. Volgens de gemeente Tilburg voldeden beide partijen niet aan de gestelde ervaringseis, omdat zij geen opgave hadden gedaan van ervaring met huishoudelijke verzorging categorie 1 (HV1). Beide zorginstellingen waren echter van mening dat een organisatie die de categorie huishoudelijke verzorging ‘HV2’ aanbiedt, respectievelijk aan de eisen van deze categorie voldoet, daarmee tevens voldoet aan de kwaliteitseisen van categorie diensten ‘HV1’. Dit omdat categorie HV2 de werkzaamheden van categorie HV1 omvat. De voorzieningenrechter deelt deze mening niet en stelt dat het op de weg van Riethorst en SBO had gelegen om gebruik te maken van de mogelijkheid om inlichtingen te vragen, zodat vóór de sluitingstermijn achterhaald had kunnen worden of ervaring met huishoudelijke verzorging categorie HV2 volstond als ervaring met huishoudelijke verzorging categorie HV1. Volgens de voorzieningenrechter zijn de inschrijvingen van Riethorst en SBO door de gemeente terecht ongeldig verklaard.

Internos / Gemeente Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk
Uitspraak voorzieningenrechter rechtbank Rotterdam van 23 november 2006 
Aanbestedingsrechtelijke kenmerken: beoordelingsvrijheid; abnormaal lage prijs.

In deze zaak staat met name de beoordelingsvrijheid van de aanbestedende dienst centraal. De gemeenten Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk hebben in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) de Huishoudelijke Hulp aanbesteed. Het gunningcriterium in deze aanbesteding is de economisch meest voordelige aanbieding. Internos is als inschrijver afgewezen en heeft een kort geding aangespannen tegen de gemeenten. Internos stelt dat het (sub)gunningcriterium kwaliteit onvoldoende duidelijk is en dat het bestek ter zake onvoldoende transparant is. Uit de aanbestedingsstukken (Nota van Inlichtingen) volgt volgens de voorzieningenrechter dat het aan de creativiteit van de inschrijver wordt overgelaten te bedenken hoe hoog gescoord zou kunnen worden. Het bestek behelst in zoverre een open vraag, die ten doel heeft de inschrijvers te laten presenteren op welke wijze zij invulling denken te gaan geven aan de onderwerpen waar de subgunningcriteria op zien. Anders dan Internos stelt, is hier vanuit aanbestedingsrechtelijk oogpunt niets op tegen. Aan de aanbestedende dienst komt in zo’n geval een grote mate van vrijheid toe bij de beoordeling, wat betekent dat voor de rechter een beperkte toetsende rol is weggelegd. Internos boekt met haar vordering dan ook geen succes.

Stichting Icare / Gemeenten Zwolle, Hardenberg en Hattem
Uitspraak voorzieningenrechter Zwolle van 30 november 2006
Aanbestedingsrechtelijke kenmerken: overname personeel; selectiecriteria; wijziging selectie- en gunningcriteria; wegingsmatrix onvoldoende duidelijk; heraanbesteding

In Zwolle heeft de aanbestedingsprocedure van de gemeenten Zwolle, Hardenberg en Hattem inzake Huishoudelijke Hulp in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning geleid tot een kort geding. Stichting Icare heeft aan de aanbestedingsprocedure deelgenomen en is van mening dat Gemeente Zwolle c.s. onrechtmatig heeft gehandeld door geen verplichting tot overname van personeel ten laste van de “nieuwkomers” te bedingen. De voorzieningenrechter deelt deze mening niet. De Staatssecretaris van VWS heeft namelijk bij brief van 30 oktober 2006 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer bericht dat de wetgever een dergelijke verplichting weloverwogen juist niet in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft neergelegd. Verder stelt Stichting Icare dat de gemeenten bij de aanbesteding hebben gehandeld in strijd met verschillende regels van aanbestedingsrecht. De voorzieningenrechter volgt de Stichting en oordeelt dat de handelwijze van Gemeente Zwolle c.s. neerkomt op twee wijzigingen van de aanbestedingsstukken: ten eerste hebben Gemeente Zwolle c.s. de gunningscriteria gewijzigd door twee daarvan te laten vervallen. Daarnaast hebben zij ook de geschiktheidseisen gewijzigd door een eis toe te voegen. Aldus hebben Gemeente Zwolle c.s. volgens de rechter gehandeld in strijd met de beginselen van gelijke behandeling en transparantie. Dat geldt temeer nu de criteria niet zijn vermeld in de aankondiging, zodat niet is uitgesloten dat marktpartijen van inschrijving hebben afgezien op grond van, naar achteraf is gebleken, onjuist gehanteerde criteria. Tot slot geeft de rechter in deze zaak haar oordeel over de door de gemeenten gehanteerde wegingsmatrix. Deze matrix dient zo te zijn opgesteld dat alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver in staat zijn om de matrix op eenzelfde wijze te interpreteren. De door de gemeenten gehanteerde matrix is volgens de voorzieningenrechter niet voldoende duidelijk. Omdat de gemeenten ten onrechte twee wijzigingen heeft doorgevoerd en een niet voldoende duidelijke wegingsmatrix heeft gehanteerd, oordeelt de rechter dat de aanbestedingsprocedure moet worden overgedaan.
 
Stichting Meavitagroep / Gemeenten Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en Wassenaar
Uitspraak voorzieningenrechter Den Haag van 14 december 2006
Aanbestedingsrechtelijke kenmerken: termijn NvI 4 dgn voor inschrijftermijn; transparantie (wegingsfactoren); referenties (tevredenheidsverklaringen); vragen nadere inlichtingen; onvoldoende motivatie (art. 41 lid 2 Bao)

De gemeenten Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en Wassenaar hebben eerder dit jaar een aanbesteding ‘Hulp bij het Huishouden’ uitgeschreven in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Stichting Meavitagroep heeft aan deze (niet-openbare) aanbesteding deelgenomen, maar is niet geselecteerd voor het uitbrengen van een offerte. De Meavitagroep is het niet eens met die beslissing en vordert in kort geding onder meer dat de gemeenten de aanbestedingsprocedure schorsen en overgaan tot herbeoordeling. De rechter volgt de Stichting Meavitagroep niet in haar stellingen.

Een van de bijlagen van het aanbestedingsdocument was bij de Nota van Inlichtingen gewijzigd. De Stichting heeft bij haar inschrijving de oude en dus verkeerde bijlage bijgevoegd en daardoor niet alle vereiste gegevens overgelegd. Hierdoor heeft zij op dit onderdeel niet het maximaal te behalen aantal punten gescoord. De Stichting vindt dit onterecht en stelt dat de gemeenten onzorgvuldig hebben gehandeld door slechts vier dagen voor de sluitingstermijn de Nota van Inlichtingen (en daarmee de gewijzigde bijlage) te verstrekken. De rechter deelt deze mening niet en geeft aan dat, mede gelet op het tijdschema dat in de selectieleidraad was opgenomen, de tijd niet onredelijk kort was.

Ten aanzien van het onderdeel referenties heeft Meavitagroep nul punten behaald omdat zij geen tevredenheidsverklaringen heeft overgelegd. Meavita was in de veronderstelling dat er geen verplichting was om deze verklaringen te overleggen omdat in de Bijlage 1 van de Nota van Inlichtingen stond vermeld ”een referentie is pas geldig indien een tevredenheidsverklaring kan worden overgelegd”. Volgens Meavita impliceert het woord "kan" dat er ter zake geen verplichting is. De rechter volgt Meavita hierin niet. Meavita had acht moeten slaan op hetgeen in de Nota naar aanleiding van een vraag over de tevredenheidsverklaring werd opgemerkt. Daar staat immers expliciet vermeld dat de verklaring per perceel in enkelvoud dient te worden bijgevoegd. Meavita wist daarom, althans zij had kunnen weten, dat een tevredenheidsverklaring direct bij de inschrijving diende te worden overgelegd.

Voorts vindt de Meavitagroep dat de Gemeenten haar ten onrechte niet om nadere inlichtingen hebben gevraagd omtrent het ontbreken van de tevredenheidsverklaringen en het gebruik van de oude Bijlage 12. Met de Gemeenten is de rechter van mening dat indien de Gemeenten wel nadere inlichtingen zouden hebben gevraagd, zij Meavita in staat zouden hebben gesteld de fouten in haar aanmelding alsnog te herstellen. Daarmee zouden de gemeenten in strijd hebben gehandeld met het gelijkheidsbeginsel.

Stichting Meavitagroep geeft in deze zaak ook nog aan dat zij de beoordelingswijze van de Gemeenten onvoldoende controleerbaar en objectief vindt, omdat voor haar niet duidelijk is waarom zij bijvoorbeeld voor de onderwerpen klanttevredenheidsonderzoek, milieubelasting, kwaliteitssysteem en continuïteit voor een deel geen punten en voor een ander deel niet het maximaal aantal punten heeft behaald. De Gemeenten hebben aangegeven dat het aan de vrijheid van de professionele partijen in kwestie was overgelaten om naar eigen inzicht met inachtneming van de gestelde criteria bepaalde gegevens te verstrekken. Daarbij hebben een drietal beoordelingsteams op onafhankelijke wijze van elkaar op zorgvuldige wijze de aanvragen beoordeeld. De voorzieningenrechter is van mening dat door de Gemeenten geschetste werkwijze niet getuigt van een willekeurige handelwijze en volgt Meavitagroep niet in haar stelling.

Tot slot klaagt Meavita over de onvoldoende motivering van haar afwijzing. Echter, Meavita heeft geen gebruik gemaakt van de in de afwijzingsbrief vermelde uitnodiging voor een aanvullend persoonlijk gesprek. Onder deze omstandigheden is het volgens de voorzieningenrechter aan Meavita zelf te wijten dat zij geen diepgaander inzicht heeft gekregen in de gronden van de afwijzing. Ook deze klacht wordt afgewezen. Stichting Meavitagroep heeft geen succes met het door haar aangespannen kort geding.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met ons Wmo-team:
Mw. mr. C.I.S.L. (Claudia) Csizmadia
Mw. mr. T.T. (Tessa) Mooibroek
Mw. mr. H.M. (Hilde) Mulder
Mw. mr. A.C. (Albertine) Plas

Telefoon: 0572 – 362 240
E-mail: its@its-projects.nl
-------------------------

 

Wmo & Aanbesteden (juni 2006)

Op 27 juni 2006 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) door de Eerste Kamer vastgesteld. Met ingang van 1 januari 2007 is de Wmo van kracht. Gemeenten zijn vanaf dat moment verantwoordelijk voor het bieden van zorg aan de inwoners van hun gemeente op het gebied van de 9 prestatievelden die in de Wmo zijn benoemd. 

Gemeenten zijn vrij om zelf invulling te geven aan een prestatieveld. Zo kan de gemeente de Wmo op eigen wijze vormgeven, toegespitst op de lokale situatie. Het beleid, de inzet en prioritering wordt door de gemeente bepaald. Aan de hand van de invulling door de gemeente kan vervolgens worden gekeken wat de consequenties van de beleidskeuzes zijn ten aanzien van de (Europese) Aanbestedingsplicht.

Tevens worden in de Wet maatschappelijke ondersteuning aan gemeenten vier procesverplichtingen opgelegd.

Aanbesteden
De Europese Aanbestedingsregels hebben voor gemeenten betrekking op opdrachten van Werken boven een drempelbedrag van € 5.278.000 en van Leveringen en Diensten boven een drempelbedrag van € 211.000. Onder die drempelbedragen dienen de algemene beginselen van het EG-verdrag in acht te worden genomen. Dit wil zeggen dat bij kleinere opdrachten tevens concurrentie gesteld zal moeten worden en de gemeente “transparant” naar de markt dient te handelen.

Los van de beleidskeuzes die de gemeente dient te maken inzake de invulling van de Wmo zijn de volgende Onderdelen in het kader van een mogelijke aanbestedingsplicht reeds te benoemen:

Mogelijk aan te besteden onderdelen
Huishoudelijke Verzorging (nieuw!)  2A of 2B Dienst*
(afhankelijk van invulling)
WVG Hulpmiddelen Levering
Collectief vervoer 2A Dienst
Welzijns- / Gezondheidsdiensten (“diversen”) 2B Dienst
Indicatiestelling
(indien niet door de gemeente uitgevoerd of door het CIZ o.b.v. een Verordening) 
2B Dienst
* Op zogenaamde 2B diensten is o.g.v. art. 21 BAO een verlicht Europees aanbestedings regime van toepassing.

Aanbestedingsprocedures
Nadat de gemeente haar beleid heeft geformuleerd ten aanzien van de invulling van de 9 prestatievelden kan worden gekeken welke onderdelen uit het beleid in het licht van de (Europese) Aanbestedingsregels dienen te worden beschouwd. Na die inventarisatie dienen vervolgens een aantal keuzes te worden gemaakt ten aanzien van het in de markt zetten van de aan te besteden Wmo-onderdelen. Die keuzes dienen voorafgaande aan de daadwerkelijke start van het aanbestedingstraject dienen te worden gemaakt.

International Tender Services (ITS) BV kan u helpen en adviseren bij het maken van deze keuzes, bijvoorbeeld door gezamenlijk met u een Strategisch aanbestedingsplan op te stellen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met ons Wmo-team:
Mw. mr. C.I.S.L. (Claudia) Csizmadia
Mw. mr. T.T. (Tessa) Mooibroek
Mw. mr. H.M. (Hilde) Mulder
Mw. mr. A.C. (Albertine) Plas

Telefoon: 0572 – 362 240
E-mail: its@its-projects.nl

 

Gebruikersnaam

Wachtwoord

Klik hier om te registreren.

  Zekerheid in Europese aanbestedingstrajecten  
Disclaimer