Inloggen ITSME

Gebruikersnaam:

Wachtwoord:

Onze Blik op Inkoop en Aanbestedingsrecht

Impressie ITS » ITSVIEW » Geen EU Aanbestedingsplicht van maatschappelijk vastgoed?

Geen EU Aanbestedingsplicht van maatschappelijk vastgoed?




Geen EU Aanbestedingsplicht

van maatschappelijk vastgoed?




Nederlandse woningcorporaties zijn geen aanbestedende dienst in de zin van de Europese Richtlijn 2004/18/EG en voor hen bestaat geen algemene verplichting om hun opdrachten ‘Europees’ aan te besteden. Zij moeten hun ‘maatschappelijk vastgoed’ echter wel verplicht aanbesteden.


Op 1 januari 2011 is de “Tijdelijke Regeling Diensten van Algemeen Economisch Belang Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting” van kracht geworden. Dat betekent dat corporaties voortaan de bouw van hun maatschappelijk vastgoed altijd moeten aanbesteden ongeacht de geraamde waarde van het werk. Zij zijn echter vrij in de keuze van de aanbestedingsvorm (Europees, openbaar, onderhands, etc.). De Tijdelijke Regeling heeft het overigens alleen over de aanbestedingsplicht van de ‘bouw’ (de realisatie) van maatschappelijk vastgoed. Ontwerpadviesdiensten zoals architecten, constructeurs en adviseurs e.d. hoeven niet verplicht aanbesteed te worden. Wat onder ‘maatschappelijk vastgoed’ wordt verstaan, is gedefinieerd in Bijlage 1 van de Tijdelijke Regeling.

De Tijdelijk Regeling stelt verder dat - naast de bouw - ook opdrachten ‘voor het in stand houden van en het treffen van voorzieningen’ - dus het (meerjarig) onderhoud - aan gebouwen die als maatschappelijk vastgoed zijn geoormerkt ook verplicht moeten worden aanbesteed. Ook hier is de woningcorporatie vrij in de keuze van de aanbestedingsvorm.

Oorspronkelijk was de Tijdelijke Regeling strenger van opzet: als de geraamde waarde van een werk boven de drempel van Euro 4,85 miljoen lag, zou een corporatie dat werk verplicht Europees hebben moeten aanbesteden. Na een succesvolle lobby van de branche heeft de Ministerraad op 29 april besloten om deze verplichting terug te draaien. Corporaties zijn nog steeds verplicht om maatschappelijk vastgoed aan te besteden, maar zijn nu dus vrij in de keuze van de aanbestedingsvorm (dus ook boven de drempel).

Of hiermee de discussie van de baan is of corporaties al dan niet moeten worden aangemerkt als ‘publiekrechtelijke instellingen’ (en dus als aanbestedende diensten) in de zin van de drie cumulatieve criteria van artikel 1 lid 9 van Richtlijn 2004/18/EG, valt nog te bezien. Niet de ministerraad bepaalt of een organisatie aanbestedingsplichtig is, maar het al dan niet voldoen aan de drie criteria bepaalt of er sprake is van een publiekrechtelijke instelling en dus van een (Europese) aanbestedingsplicht.

Met andere woorden: als corporaties voldoen aan de drie criteria (voorzien in een maatschappelijke behoefte van algemeen belang, rechtspersoonlijkheid bezitten en er zekere afhankelijkheidsrelatie bestaat vanuit het Rijk) dan bestaat er nog steeds een Europese aanbestedingsplicht.

Het laatste woord is hierover nog niet gesproken en geschreven.


mr. J. Bosschers, consultant ITS

Mocht u meer informatie willen over deze materie?  neem dan contact met ons op.